Voor beginners
Tweeëntwintig patronen met een beperkt aantal steken, die een wat wisselende spanning prima verdragen. Als je lossen en vasten kunt haken en een magische ring kunt maken, kun je bijna alles hier maken.
Een handige volgorde: begin met een bloemonderzetter om te wennen aan het haken in toeren, ga dan naar de honingbij voor je eerste opgevulde knuffel, en daarna een mandje of een tas: groter werk, maar dezelfde steken. Die eerste twee zijn allebei gratis.
Drie stukken die het lezen waard zijn: zo haak je een magische ring, de stekenverhouding uitgelegd, en Amerikaanse versus Britse haaktermen. Die laatste verklaart de meest voorkomende reden waarom een patroon opeens nergens meer op slaat.